Vergelijkbare plaatsen

Pascal Mor
Loos Memorial - Loos en Ghoelle

Trefwoorden

- 1915 - Ieper - Loos - oorlogsgas

Gassen

ImprimerTwitterFacebookGoogle+

De loopgravenoorlog is er één van stellingen en uitputting, wat de diverse legers al gauw noopt tot het ontwikkelen van nieuwe wapens. Het gebruik van vliegtuigen is in opkomst. De productie van tanks beantwoordt aan dezelfde wens om de organisatie van de verdediging van de tegenpartij beter te leren kennen en zo hun krachten te verzwakken of zelfs uit te putten.

Vanaf augustus 1914 gebruiken de Fransen granaten met traangas tegen de Duitse troepen. De Duitsers gebruiken op hun beurt in oktober 1914 in Neuve-Chapelle bommen met een chemische stof die de Fransen sterk doet niezen. Deze zenuwgassen hebben maar een kort effect omdat ze op kleine schaal gebruikt worden.

De Duitse chemische industrie legt zich toe op het onderzoeken van elk chemisch element dat nuttig zou kunnen zijn voor militaire doeleinden en vindt al vrij snel een zeer giftig gas dat gebruikt wordt voor de vervaardiging van kleurstoffen. Chloorgas verschroeit de slijmvliezen en blijkt dus dodelijk. De Duitsers gebruiken dit chloorgas voor het eerst op 22 april 1915 tijdens de tweede Slag bij Ieper. Het eerste gebruik van een dodelijk gas in de geschiedenis roept onmiddellijk een unanieme veroordeling op bij de geallieerden en neutrale naties zoals de Verenigde Staten. Deze aanval legitimeert vanaf dat moment aan beide kanten van het front het gebruik van nieuwe wapens.

Chloorgas heeft twee belangrijke tekortkomingen: een sterke geur en een groene kleur. Een op handen zijnde aanval kondigt zich dus vanzelf aan. Bovendien moet er voorzichtig mee omgegaan worden: de soldaten moeten de zware flessen naar de eerste linie vervoeren, ze daar installeren en ze pas openen als de weersomstandigheden zich daartoe lenen. Tijdens de Slag bij Loos in september 1915 is het Britse leger het slachtoffer van zijn eigen gassen, gewoon omdat de wind keert. Om deze reden gaan de legers over tot het reserveren van een compartiment in hun granaten voor een portie gas. Het afschieten van gasbommen kan onder elke weersomstandigheid en vergroot het bereik tot achter de eerste linies.

Vanaf 1915 vullen de Fransen het zeer lichte chloorgas steeds vaker aan met een zwaarder gas, fosgeengas. Fosgeen is kleurloos en ruikt naar verrot hooi. Het gas brandt minder bij het inademen dan chloorgas, wordt dus langer en dieper geïnhaleerd en heeft hierdoor een aanzienlijk sterkere werking.

De gevaren van chloorgas en fosgeen zijn een feit en beide kampen ontwikkelen in sneltempo middelen om zich te beschermen tegen de effecten. De soldaten gebruiken tegen chloorgas een in natriumwaterstofcarbonaat - bij gebrek in urine - gedrenkte doek waarmee ze mond en neus afdekken. De eerste chloorgasaanval vindt plaats in april 1915. In juni van hetzelfde jaar is het hele Britse leger uitgerust met een alles bedekkende kap waarvan de stof in een oplossing gedrenkt is die de effecten van het gas tenietdoen. Vanaf januari 1916 wordt deze kap vervangen door het eerste ‘gasmasker’ waarmee zowel geallieerde als Duitse soldaten uitgerust worden. Elke soldaat beschikt over een metalen doos met daarin een masker dat via een slang verbonden is met een filter van geactiveerde kool. Er worden ook speciale gasmaskers ontworpen voor dieren (honden en paarden) die op het front werken. In elke loopgraaf komen alarmsystemen om te waarschuwen tegen gasaanvallen. Meestal in de vorm van bellen, bij gebrek granaatscherven.

Toch zijn de gasmaskers ondanks alles weinig efficiënt als het beroemde ‘mosterdgas’ in het spel komt. De Duitsers gebruiken dit gas vanaf juli 1917 tijdens de derde Slag bij Ieper. De Fransen noemen dit gas daarom ook wel ‘yperiet’, een verwijzing naar de plaats waar het gas voor het eerst gebruikt werd. Mosterdgas is kleurloos en ruikt naar… mosterd. Het gas wordt ook ‘blaartrekkend’ genoemd omdat het niet alleen longen en ogen verbrand maar ook de huid, die snel onder grote blaren zit. Een soldaat die met een grote hoeveelheid mosterdgas in aanraking is geweest, overlijdt na 4 à 5 weken aan verstikking.

Chloorgas, fosgeen of mosterdgas: geen enkel gas wordt gebruikt om de tegenstander op slag te doden in de voorbereiding van een nieuwe aanval. De concentraties zijn zelden sterk genoeg voor een dodelijk effect. Ze worden eerder gebruikt als verdovingsgassen en veroorzaken tijdelijke blindheid, maar ook ademhalingsstoornissen die moeilijk te genezen zijn.

Om deze reden blijken gassen een machtig psychologisch wapen. De snelle veralgemenisering van het gebruik van gasmaskers zorgt dat er vanaf mei 1915 geen slachtoffers meer vallen. Naar inschatting blijkt slechts 3% van de gasvergiftigingen dodelijk te zijn. Maar de verhalen die rondgaan over het leed dat de soldaten verduren die met gifgas in aanraking zijn gekomen, boezemen een ware angst in bij hun kameraden.

De gruwelen van de ‘gasoorlog’ leiden in 1925 na afloop van de oorlog tot de ondertekening van het Protocol van Genève, dat het gebruik van chemische en biologische wapens verbiedt. Dit belet de Europese legers echter niet om bij wijze van voorzorgsmaatregel grote voorraden oorlogsgas in te slaan. Niemand maakt echter gebruik van gifgassen tijdens de gevechten van de Tweede Wereldoorlog op het Europese continent. Adolf Hitler, zelf slachtoffer van chloorgas in Wervik in 1918, is sterk tegen het gebruik op het slagveld. Maar iedereen weet best op welke wijze hij de gassen – met name de Zyklon B – gaat gebruiken in de verwezenlijking van de Endlösung.

 Edouard Roose