Vimy 1917

ImprimerTwitterFacebookGoogle+

Sinds het begin van de positieoorlog in oktober 1914 is de heuvelrug van Vimy (145 meter hoog) ten noorden van Arras een sterke stelling in de Duitse verdediging. Vanaf dit punt overzien de Duitsers het hele slagveld, van Arras – in handen van de geallieerden – tot de westkant van de mijnstreek die aan hun bezetting ontsnapt is. Reeksen kanonnen, opgesteld aan de achterkant van de helling en bediend vanaf de top, vuren straffeloos over de heuvel op de geallieerde linies in de omgeving van Arras. De heuvelrug is massaal versterkt vanwege zijn strategische belang. Loopgraven met betonnen schuilbunkers en vooral uitgebreide onderaardse netwerken waarvoor de krijtbodem zich uitstekend leent.

Van eind 1914 tot eind 1916 zijn alle pogingen van de geallieerden om deze grendelstelling in te nemen mislukt: zowel de Franse aanvallen in mei 1915 als de Britse pogingen vanaf de vlakte van Gohelle in de omgeving van Loos rond ‘punt 70’.

De vier Canadese divisies, voor het eerst verenigd als gelijkwaardige legerkorpsen in het Britse leger, zijn toegevoegd aan de aanval gepland voor begin april 1917 in de omgeving van Arras: het gaat om een Brits offensief dat enkele dagen voor het hoofdoffensief de Duitse eenheden moet afleiden ten bate van het Franse leger op de Chemin des Dames. De Britse eenheden hebben als taak terrein te winnen langs de Scarpe ten oosten van Arras en de Canadezen moeten het plateau van Vimy innemen.

De Canadese voorbereidingen zijn gekenmerkt door hun uiterste nauwgezetheid en het belang dat gehecht wordt aan de logistiek van het offensief. Hele zones met Duitse linies zijn in de achterhoede gecreëerd om de mannen in een zo realistisch mogelijke situatie te trainen. De taken zijn op uiterst nauwkeurige wijze verdeeld, tot in alle rangen toe. Er gaat extra aandacht naar gedetailleerde luchtfoto’s om zich zoveel mogelijk op de hoogte te stellen van de Duitse opstelling. Al enkele maanden lang wordt hardnekkig gewerkt aan het graven van een uitgebreid netwerk van twaalf tunnels op verschillende niveaus (minstens 10 meter onder de grond om schade door inslag van Duitse artillerie te vermijden). De langste tunnels zijn ongeveer een kilometer lang. De meeste tunnels staan loodrecht op de frontlijn om de aanvalstroepen een veilige toegang te verschaffen tot de eerste linie en een snelle verbinding te creëren met de achterhoede om gewonden af te voeren en voorraden en versterking aan te voeren. De tunnels zijn verlicht, sommige zijn voorzien van smalle rails en waterleidingen en staan ook in verbinding met enorme kazematten waar de voedselvoorraden en munitie bewaard worden. Tenslotte worden er mijntunnels geboord onder het niemandsland, loodrecht op de eerste Duitse linie. De ontploffing van deze mijnen luidt de aanval in. Op de avond van 8 april trekken 30.000 mannen van het Canadese legerkorps naar de eerste linie.

De voorbereiding van de artillerie begint half maart. 600 kanonnen bestoken de Duitse stellingen met een dagelijks quotum van gemiddeld 2.5000 ton. Op 9 april om 5.30 uur, tweede paasdag, versterken de bombardementen. Even later trekt de Canadese infanterie ten aanval, in een sneeuwstorm – tegelijk met de Britse aanval vanuit de tunnels onder Arras – voorafgegaan door een perfect getimed spervuur dat voor de infanteristen en de tanks uit gaat. In 30 minuten zijn de Canadezen een deel van de eerste Duitse linie de baas en na slechts één uur al delen van de tweede linie.

Halverwege de middag beheersen de Canadezen het grootste deel van de hoogvlakte, ondanks zware verliezen opgelopen door tijdens de eerste golven bespaard gebleven mitrailleurs – met name om de ‘Schwabentunnel’ in te nemen. Na de nachtpauze zetten ze hun opmars voort en nemen in de ochtend van 10 april ‘punt 145’ in (waar sinds 1936 een prachtig herdenkingsmonument staat). Twee dagen later is de hele heuvelrug onder controle. De Duitsers zijn genoodzaakt zich terug te trekken in de mijnstreek en hun kanonnen uit de nieuwe geallieerde vuurlinie te verwijderen. De Canadezen hebben in drie dagen 3.400 Duitsers krijgsgevangen genomen op een frontlijn van 14 kilometer. Deze snelle, onbetwistbare overwinning heeft echter een somber prijskaartje: 10.602 Canadese slachtoffers, waarvan 3.598 gedood.

Het succes op ‘Vimy Ridge’ heeft onmiddellijk een enorme nagalm in Canada. Na de bloedige, inefficiënte, verwarde veldslagen die het westfront maar al te goed kende tussen 1914 en 1917 stond de Canadese deelname aan de oorlog in de publieke opinie – vooral in Québec – op losse schroeven, in strijd met het enthousiasme in het begin van de oorlog toen talloze vrijwilligers zich aanmeldden. Vimy ligt aan de basis van de jonge Canadese natie.

Yves Le Maner
Directeur van La Coupole,
Centrum voor Geschiedenis en Herinnering van de Nord–Pas-de-Calais