Het overwinningsoffensief van de geallieerden (augustus - november 1918)

ImprimerTwitterFacebookGoogle+

Na in het voorjaar van 1918 net ontsnapt te zijn aan een algemene instorting tijdens de Duitse offensieven van de Kaiserschlacht, vermannen de geallieerde legers zich snel en versterken ze het westfront met mankracht – vooral met Amerikaanse divisies – en materieel.

Foch, opperbevelhebber van de geallieerde legers, besluit in augustus tot een algemeen offensief na de laatste stuipen van de Duitse offensieven te hebben onderdrukt. Hij kiest eerder voor een serie heftige uitvallen met als doel het uitputten van de vijand dan voor massieve aanvallen op één punt. Op het oostelijke deel van het front worden de opeenvolgende offensieven geleid door de Fransen en de Amerikanen. De Britten beheren Picardië, de Artois en Vlaanderen.

Het Britse leger, dat nu over grote Australische en Canadese contingenten beschikt, begint op 21 augustus een eerste offensief in Picardië bij Albert. Van 26 augustus tot 3 september leveren de Britten een ‘Tweede Slag bij Arras’ bij de Scarpe na de veldslag van april 1917. Ze nemen het volledig verwoeste Monchy-le-Preux in alvorens in contact te komen met de Hindenburglinie in de zone Drocourt-Quéant. Tussen 31 augustus en 3 september concentreren ze zich op Bapaume en omgeving, een zone die in anderhalf jaar drie opeenvolgende verplaatsingen van het front heeft meegemaakt (de Duitse aftocht in maart 1917, de Duitse opmars in maart 1918, de Britse herovering).

Op 12 september begint de aanval op de Hindenburglinie die al zoveel mensenlevens van het Britse leger heeft geëist. De aanvallers zijn nu verreweg de meerdere qua artillerie en zijn scheutig met plaatselijke aanvallen. Op deze manier besparen ze mankracht en putten ze de tegenpartij uit, die geleidelijk aan zijn strijdlust kwijtraakt gezien het toenemende aantal spontane capitulaties. Een eerste poging van de Britse en Nieuw-Zeelandse troepen bij Havrincourt op 12 september boekt een zeker succes. Op 27 september beginnen zo’n vijftien divisies een grotere aanval op het Canal du Nord. De Canadezen nemen het Bois du Bourlon in, waar zich in november 1917 gruwelijke gevechten afspeelden.

Terwijl andere offensieven zich meer in het zuiden in de Somme en de Aisne afspelen, bevrijden de Britten en de Canadezen Cambrai in twee dagen (8-9 oktober 1918). De Hindenburglinie is nu zo lek als een zeef. De offensieven lijken inmiddels meer op ‘achtervolgingsslagen’ tegen een Duits leger dat intern op instorten staat. De Britse doorbraak beslaat nu een breed front in Vlaanderen, de Artois en Picardië. Lille en Douai worden op 17 oktober bevrijd. In een groot aantal Duitse eenheden is de wanhoop totaal. Andere eenheden zoals de Stosstruppen leveren bittere achterhoedegevechten, bijvoorbeeld als de Britten en Canadezen bij Valenciennes aankomen (1-2 oktober). Deze gevechten lijken een voorproefje te geven van de stadsguerrilla’s die Ludendorff had voorzien voor het geval de geallieerde troepen Duits grondgebied betraden. Tijdens een van deze gevechten wordt op 4 november 1918 bij Ors (Nord) een van de grootste oorlogsdichters uit de Eerste Wereldoorlog gedood, Wilfred Owen, in zijn poging de overkant van het Sambrekanaal te bereiken, een week voor de wapenstilstand en de definitieve overwinning van de geallieerden.

Dezelfde dag is de stad Le Quesnoy (Nord) het toneel van een bijzondere actie in deze wanordelijke periode: de Nieuw-Zeelandse soldaten nemen de stad– die het Duitse garnizoen weigert te verlaten – in door de stadsmuren te beklimmen… met ladders.


Yves Le Maner
Directeur van La Coupole,
Centrum voor Geschiedenis en Herinnering van de Nord–Pas-de-Calais