Het falen van het Franse offensief op de Chemin des Dames (april 1917)

ImprimerTwitterFacebookGoogle+

Na drie jaar van vruchteloos oorlogvoeren belooft de nieuwe opperbevelhebber van het Franse leger Rober Nivelle aan de politieke leiders een doorslaggevende overwinning op het westfront voor het eind van voorjaar 1917. Robert Nivelle vervangt sinds december 1916 de door het herhaaldelijk falen van zijn offensieven in de Artois (1915), de Champagnestreek (1915) en bij de Somme uitgebluste Joffre. Nivelle zal het front ‘… in één enkele slag van 24 à 48 uur’ verslaan'… De voor deze doorbraak gekozen zone is de Chemin des Dames in het departement Aisne.

Het Duitse hoofdkwartier is tussen 15 en 19 maart 1917 bezig met de operatie Alberich van generaal Ludendorff: een tactisch terugtrekken van de frontlijn tussen Arras en Soissons over een afstand van soms 70 kilometer. Ludendorff, bezeten van de Germaanse mythologie, kiest als codenaam de naam van een onzichtbare dwerg uit het Nibelungenverhaal. Wat de Fransen ‘Hindenburglinie’ noemen, naar de opperbevelhebber van het Duitse leger die deze verdedigingslinie ontwierp, heet in werkelijkheid de ‘Siegfriedlinie’ – naar de onzichtbare held die de draak velt. De operatie Alberich is nauwkeurig, tot in de puntjes voorbereid en heeft als doel het front in te korten en de Duitse verdediging onder te brengen achter onneembaar geachte verdedigingsstellingen. De verdediging is verspreid over meerdere linies, beschermd door dichte prikkeldraadnetwerken met diep ingegraven betonnen bunkers en mitrailleursnesten. De aftocht van de troepen begint op 21 februari en gaat gepaard met de tactiek van de verschroeide aarde: de Franse bevolking in de betreffende zones wordt verzocht te vertrekken, de dorpen één voor één geheel verwoest en volgestopt met landmijnen, de verbindingswegen verwoest en bomen omgehakt. Ludendorff wil voorkomen dat de geallieerden genoeg schuilplaatsen en bescherming vinden om wat dan ook te kunnen ondernemen.

Het Franse opperbevel is zich niet bewust van de dodelijke valstrik die deze ‘aftocht’ inhoudt, een aftocht die in het begin gezien wordt als een afgang van de Duitsers. Het opperbevel moet in enkele dagen de uitgangspunten van het offensief geheel reorganiseren. De inlichtingendienst heeft de kracht van deze Duitse operatie ook niet op juiste waarde geschat. Bovendien weten de Duitsers begin april precies waar de in voorbereiding zijnde Franse operatie plaats gaat vinden. Het verrassingseffect is nihil.

De Franse artillerie schiet tussen 6 en 16 april vijf miljoen granaten – waarvan anderhalf miljoen zwaar kaliber – af op Duitse stellingen. In de dagen voor de echte aanval lanceren de geallieerden twee afleidingsoffensieven: de Britten en Canadezen op 9 april in de zone Arras-Vimy, de Fransen op 13 april bij Saint-Quentin. Het Franse leger betrekt ongeveer één miljoen mannen in deze veldslag, waaronder 10.000 turco’s en 20.000 Russen.

De aanval van de infanterie begint in ijskoude weersomstandigheden op 16 en 17 april op een front van ongeveer 40 kilometer en loopt overal uit op een bloedig fiasco, zowel op de Chemin des Dames als op de nabijgelegen vlakte in de Champagnestreek. De Franse infanterie wordt in elkaar gehakt door de Duitse mitrailleurs. Na een tweede poging op 5 mei dringt op 8 mei het falen definitief door. Op 15 mei maakt Nivelle plaats voor Pétain aan het hoofd van het Franse leger.

De eerste muiterijen – of eerder weigeringen om deel te nemen aan nutteloze aanvallen – in de regimenten die op de Chemin des Dames vochten, breken uit op 20 mei. De soldaten van ongeveer 150 eenheden weigeren vanuit de achterhoedekampen terug te keren naar het front. De oorzaak is de grote teleurstelling na het falen van een voor doorslaggevend doorgaand offensief gepaard met de onnodig hoge verliezen. De soldaten willen de huidige stellingen houden en de leidinggevende officieren zitten klem. De straffen zijn massaal maar worden met mate uitgevoerd: van de 450 ter dood veroordeelde soldaten worden ‘slechts’ 27 geëxecuteerd. De Franse president Poincaré laat zijn gratierecht gelden. De toename van het aantal verlofdagen en de verbetering van de levensomstandigheden geven de soldaten vanaf september 1917 weer de moed om de draad op te pakken. Vanaf dat moment strijdt het Franse leger zonder falen tot het einde van de oorlog.

Op 23 oktober lukt het de Fransen om het fort van Malmaison, ten westen van de Chemin des Dames in te nemen tijdens een kleinschalige, maar zeer goed voorbereide aanval. Het blijkt een tactisch succes met lage verliezen ten opzichte van die van de Duitsers. De ‘nieuwe’ oorlogsvoering van Pétain valt in goede aarde. Op 31 oktober en 1 november 1917 verlaten de Duitsers hun stellingen op de Chemin des Dames om zich terug te trekken op een nieuwe verdedigingslinie ten noorden van het riviertje de Ailette.

De verliezen lopen op tot 17.000 doden, 20.000 vermisten (inclusief krijgsgevangen genomen soldaten) en 65.000 gewonden aan Franse zijde. De Duitse verliezen zijn geschat op 35.000 man (doden, vermisten, gewonden).

Het falen op de Chemin des Dames verjaagt alle hoop op een doorslaggevend offensief. Vanaf dit moment moet het geallieerde opperbevel een nieuwe manier bedenken om de oorlog voort te zetten. Ze kiezen voor kleinschalige aanvallen en een betere bewapening om de menselijke verliezen in te perken en vol te houden totdat de Amerikanen te velde trekken. Deze door Pétain sterk ondersteunde nieuwe oriëntatie mikt op een ‘industrialisering’ van de oorlog. Het verdedigingssysteem wordt in de diepte gereorganiseerd om onder meer de grote sterfte door artillerievuur te verminderen door het aantal troepen dat in de eerste linie rechtstreeks gevaar loopt te verlagen en door terugtrekking in goed beschermde linies mogelijk te maken.


Yves Le Maner
Directeur van La Coupole,
Centrum voor Geschiedenis en Herinnering van de Nord–Pas-de-Calais