Fromelles (19 juli 1916)

ImprimerTwitterFacebookGoogle+

In Fromelles (Nord) speelt zich een drama af dat in Australië bekend zal blijven staan als een van de grootste rampen voor de natie in de twintigste eeuw.

Ondanks de enorme verliezen op de eerste dag van het offensief in de Somme beschouwt het Britse hoofdkwartier de situatie in de dagen daarop als hoopgevend. Ze verwachten een massale aftocht van de Duitsers. Alvorens het Duitse front te ontwrichten, wordt op 9 juli 1916 het besluit genomen de heuvelrug van Aubers aan te vallen – een herhaling van het Britse fiasco in mei 1915 voor Fromelles – en uit te komen op de achterhoede van de tegenstander. De aanvalszone van ongeveer vier kilometer breed ligt tegenover zeer sterke Duitse stellingen die de Britse linies overheersen, met name het ‘suikerbrood’: een betonnen bastion tot de nok toe gevuld met mitrailleurs. In het plan is een langzaam, methodisch, maar massaal bombardement opgenomen vlak voor de aanval van de infanterie. Op 16 juli, als de situatie bij de Somme al sterk gekelderd is, wordt de operatie Fromelles even in twijfel genomen. Het is de agressieve volharding van generaal Haking, hoofd van het 11e Britse legerkorps, die de doorslag geeft.

Op het offensief bij Fromelles worden twee divisies ingezet: de 61e Britse en de 5e Australische, beiden net aangekomen in Frankrijk en zonder enige strijdervaring. Voor de Australiërs is het hun eerste actie op het westfront. Tegenover hen, een ervaren eenheid: de 6e Beierse Reservedivisie, die het jaar daarvoor de overwinning behaalde op Aubers. Het slecht uitgevoerde voorbereidende bombardement duurt elf uur.

De infanterie begint de aanval op 19 juli 1916 om 6 uur en staat onmiddellijk bloot aan zwaar artillerie- en mitrailleurvuur in een zone waar het niemandsland meer dan 300 meter breed is. De vier aanvalsgolven worden één voor één gemaaid met een tussentijd van vijf minuten. Het lukt slechts een klein deel van de Australische soldaten om de eerste Duitse linie te bereiken. De soldaten bevinden zich onmiddellijk in een geïsoleerde positie en vallen ten prooi aan tegenaanvallen. Het niemandsland is bedekt met de lijken van Australische soldaten. Sommige ooggetuigen hebben het over een slachtbank in de openlucht. Ondanks het fiasco begint om 9 uur een tweede aanval. De Australiërs die de eerste aanval hebben overleefd en in een totaal geïsoleerde situatie in de Duitse loopgraven zitten, besluiten terug te keren naar hun eigen linies op 20 juli. Ze worden door de Duitsers in de rug geschoten.

De Australiërs zijn in 24 uur 5.533 man kwijtgeraakt en de Britten 1.400, en zonder ook maar enig resultaat te boeken. Het aantal doden is uitzonderlijk hoog: van de 887 man van het 60e Australische Bataljon hebben slechts 107 het overleefd. Het schijnt dat Adolf Hitler, toen korporaal van het 16e Beierse Reserve-infanterieregiment, ook deelnam aan deze slag.

Yves Le Maner
Directeur van La Coupole,
Centrum voor Geschiedenis en Herinnering van de Nord–Pas-de-Calais