Inhoud

Vergelijkbare plaatsen

Pascal Mor
Le Touret Cemetery and Memorial - Richebourg

De slagen bij La Bassée, Mesen en Armentières (12 t/m 18 oktober 1914)

ImprimerTwitterFacebookGoogle+

Na de gevechten bij de rivier de Aisne trekt het Britse Expeditieleger in noordwestelijke richting om de linkervleugel van het Franse leger te steunen. De Britten lopen echter het Duitse leger tegen het lijf in de noordelijke eindfase van de ‘race naar de zee’.

De Britse troepen, met de bus gekomen vanuit Abbeville, nemen stelling tussen Béthune en Ieper. Ze krijgen versterking van troepen uit Saint-Omer en Antwerpen. Het Britse leger probeert een front te vormen van Bixschoote, ten noorden van Ieper, tot La Bassée. De Franse cavalerie heeft zich tussen de twee meest zuidelijk gelegen legereenheden geplaatst tussen La Bassée en Armentières. Het landschap is vlak, onderbroken door sloten.

Op 12 oktober verliezen de Fransen controle over Vermelles aan de rand van de mijnstreek, waardoor de Britten naar het zuiden moeten trekken om de bres te dichten. Gruwelijke gevechten breken uit tussen de Britten en de Duitsers bij Givenchy-lès-La Bassée en Cuinchy op beide oevers van het kanaal tussen 13 en 17 oktober. De Britten winnen tien kilometer terrein naar het oosten en stoppen bij de heuvelrug van Aubers. Door Duitse tegenaanvallen zijn ze genoodzaakt terug te wijken.

Meer naar het noorden is het de Britten op 13 oktober gelukt om de Kattenberg terug te nemen, vervolgens Meteren en de Zwarteberg. In regenachtig weer, wat luchtverkenning onmogelijk maakt, rukken ze op en nemen Bailleul (Belle), de Kemmelberg en Mesen (Messines) in. Op 14 oktober is het Britse front een ononderbroken linie, van Ieper tot het kanaal bij La Bassée. Op 17 oktober hebben de Britten Armentières onder controle terwijl de Duitsers meer naar het noorden de Fransen en Belgen aanvallen die de lus van Diksmuide in handen hebben.

De acties van half oktober 1914 zijn de laatste op grond van de traditionele bewegingsoorlogtactieken op Frans grondgebied.

(Een zekere Bernard Montgomery is een van de gewonden van het Britse leger in Méteren).

Op 18 oktober 1914 is het westfront één ononderbroken linie. Voortaan is elke omsingelingsoperatie onmogelijk. De enige optie die nog open staat, is het doorbreken van de machtige vijandelijke verdediging door frontale aanvallen... De slagen die de Britten leidden in de omgeving van de Leie in oktober 1914 waren de laatste veldslagen van de bewegingsoorlog. Die van Ieper, van 19 oktober tot 22 november, is de eerste veldslag van de positieoorlog.

Op het ‘vergeten front’ van de Leie begint een afmattende periode: de eerste winter in slecht ingerichte loopgraven met een gebrekkige voedselvoorziening en sterfte veroorzaakt door nieuwe methodes – die van de loopgravenoorlog (scherpschutters, mijnen, geschut, dodelijke aanvallen op zones van het vijandige front). Tot de eerste confrontaties in de loopgravenoorlog worden gerekend de verdediging van Festubert door de Indiase troepen op 23 en 24 november 1914 en die van Givenchy op 20 en 21 december, kleinschalige repetities voor grootschalige offensieven in de toekomst.


Yves Le Maner
Directeur van La Coupole,
Centrum voor Geschiedenis en Herinnering van de Nord–Pas-de-Calais