De Slag om Aubers Ridge (9 mei 1915)

ImprimerTwitterFacebookGoogle+

Op 24 maart 1915, slechts enkele dagen na het falen bij Neuve-Chapelle, klopt Joffre officieel bij French aan om Britse steun voor zijn grote offensief in de Artois begin mei. French gaat meteen akkoord.

Het doel van het offensief is door te breken in het Duitse front ten noorden van Arras: het doelwit van de aanval van het 10e Franse leger, dat het merendeel van het offensief op zijn schouders draagt, is de heuvelrug van Vimy. Twee aanvullende aanvallen op de flanken moeten het mogelijk maken om de hoogte van Notre-Dame-de-Lorette in het noordwesten en andere hoge punten ten oosten van Arras in te nemen. Vervolgens ontsluit het offensief de mijnstreek.

De Britse aanval moet de dag na de Franse bestorming beginnen. De plannen van de geallieerden zijn niet gewijzigd ondanks het laatste nieuws over het wapen dat de Duitsers op 22 april in Ieper voor het eerst gebruikten: oorlogsgassen.

De zone die de Britten toegewezen krijgen, ligt in de Vlaamse vlakte, in de omgeving van het in maart bestookte Neuve-Chapelle. Hun doel is het overwinnen van de heuvelrug van Aubers – Aubers Ridge –, een hoogte die nauwelijks zichtbaar is in het vlakke landschap maar die de Duitsers een belangrijke uitkijkpositie verschaft over de geallieerde linies. De Britse en Indiase eenheden moeten in de aanval een omsluitende beweging maken ten noorden en zuiden van Neuve-Chapelle.

Aan het Franse offensief gaat voor het eerst een lang bombardement van meerdere dagen vooraf: het verrassingseffect maakt plaats voor het massale effect van granaten van zwaar kaliber. De Britten blijven daarentegen trouw aan kort (40 minuten) maar heftig artilleriegeschut dat de prikkeldraadbarrières moet verpletteren, de eerste Duitse linie buiten spel zet en de versterkte punten van de tweede linie bestookt. Vliegtuigen moeten het geschut leiden en de achterhoede bombarderen, met nadruk op de spoorwegknooppunten. Twee tunnels van honderd meter zijn onder het niemandsland gegraven tot onder de eerste Duitse linie en volgestopt met mijnen van ongeveer een ton.

De Duitsers hebben hun verdediging sterk verstevigd naar aanleiding van de aanval van maart: de prikkeldraadbarrières voor de eerste linies zijn verbreed en zelfs verstopt in geulen. Om de twintig meter zijn schuilbunkers ingericht met vrijwel horizontaal geplaatste mitrailleurs die schieten door kieren in de stalen platen om het niemandsland te dekken. De loopgraven zijn dieper uitgegraven en de borstweringen van zandzakken verhoogd.

Het voorbereidende bombardement van de Fransen begint op 3 mei. De weersomstandigheden dwingen het opperbevel echter om het begin van de aanval, die aanvankelijk gepland was op 7 mei, uit te stellen. Het offensief breekt op 9 mei los met de Britse aanval, in tegenstelling tot de eigenlijke plannen.

Het voorbereidende bombardement van de Britten begint om 5 uur ‘s ochtends. De veldartillerie gaat het prikkeldraad te lijf met shrapnels terwijl de bommenwerpers de loopgraven bestoken met granaten van zwaar kaliber. De Britse infanterie verlaat zijn linie om 5.30 uur. De te overlappen zone is smal, een kleine honderd meter, en de aanvallers vallen onmiddellijk ten prooi aan zwaar mitrailleurvuur. In sommige zones worden de Indiase en Schotse soldaten geveld zodra ze maar boven de borstwering uitkeken. De eerste Britse linie ligt vol met lijken en gewonden. De soldaten die het niemandsland intrekken, worden bestookt of raken verstrikt in het prikkeldraad. In de zuidelijke aanvalszone bereiken enkele aanvallers de eerste linie, maar ze worden onmiddellijk gedood of krijgsgevangen genomen. Om 6 uur wordt het bevel gegeven de aanval te staken. Duizenden soldaten zitten klem in het niemandsland, ze kunnen niet voor- of achteruit. De Duitse artillerie slaat inmiddels terug en raakt zowel het niemandsland als de eerste Britse linies.

In het noorden speelt zich ongeveer hetzelfde verhaal af. Een aantal aanvallers neemt echter drie vrij smalle zones van de eerste Duitse linie in. De ontploffing van mijnen om 5.40 uur geeft kraters die de Britten gebruiken om de tot pantsertoren omgebouwde boerderij Delangre in te nemen. Maar het artilleriegeschut van de vijand in het niemandsland en de grote verwarring op het slagveld verhinderen elke vorm van voortgang. De officieren in het veld geven te kennen dat het onmogelijk is de aanval te hervatten, ondanks de bevelen van Haig.

Haig geeft bevel tot hervatting van de aanval ten zuiden van Neuve-Chapelle op basis van de eerste successen van de Fransen bij Vimy en rapporten waarin de Britse verliezen zwaar onderschat worden. Na uitstel in verband met de verwarring en de bemoeilijkte toevoer van versterking door vijandelijk vuren, hervatten de bombardementen om 3.20 uur. De scherpschutters Black Watch van de 1st Guards Brigade trekken ten aanval om 3.57 uur. De soldaten die de eerste Duitse linie bereiken, worden gedood of krijgsgevangen genomen. Een handvol soldaten bereikt de tweede linie en ondergaat hetzelfde lot.

De situatie zit muurvast op de avond van 9 mei: groepen soldaten die zich op bepaalde punten van de eerste Duitse linie hebben kunnen installeren, zijn volledig geïsoleerd en staan bloot aan de Duitse artillerie. De situatie op de toegangswegen naar het front en in de verbindingsloopgraven is zodanig dat Haig het idee van een hervatting van de aanval bij zonsopgang laat varen.

In de nacht van 9 op 10 mei ondernemen samengestelde groepen (in totaal 200 à 300 man) een hachelijke terugtocht door het niemandsland vanuit de Duitse linies.

Op de ochtend van 10 mei is een hervatting van het offensief van de baan wegens gebrek aan granaten en vooral door de omvang van de geleden verliezen. Drie dagen zijn nodig om de gewonden van 9 mei naar de ambulances achter de tweede linie te vervoeren. In één dag vechten zijn de Britten 11.000 man kwijtgeraakt (gesneuveld, gewond of vermist), ongeveer het hoogste schadegehalte van de hele oorlog, vooral onder de officieren. De Slag bij Neuve-Chapelle was als zodanig een compleet fiasco voor het Britse leger. Haig trekt hieruit zijn lering: het nut van lange, methodische bombardementen van zwaar kaliber voor elke aanval. Van verrassingsoffensieven is geen sprake meer. De offensieven tot eind 1917 verlopen allen volgens hetzelfde patroon, zonder enige vorm van efficiëntie.

Yves Le Maner
Directeur van La Coupole,
Centrum voor Geschiedenis en Herinnering van de Nord–Pas-de-Calais