De Slag bij Neuve-Chapelle (10 t/m 13 maart 1915)

ImprimerTwitterFacebookGoogle+

De Slag bij Neuve-Chapelle is de eerste grootschalige aanval van het Britse leger sinds het begin van de oorlog. De Britten komen net de beproevingen van de winter te boven en belangrijke versterking staat op het punt van aankomen.

De commandant van het Franse leger Joffre vindt dat de in aantal sterk toegenomen geallieerde legers op het westfront in de eerste maanden van 1915 een offensief aankunnen met als doel het Duitse front te doorbreken en de druk op Rusland te verlichten. French, zijn Britse ambtgenoot, is het hiermee roerend eens. Hij voegt hieraan toe dat de loopgravenoorlog een vernietigende invloed heeft op de moraal van zijn troepen. Het plan van Joffre bestaat uit het inkorten van de grote Duitse lus uit 1914 door aan beide uiteinden aan te vallen: in de Artois in het noorden en de Champagnestreek in het zuiden. In de Artois zou de inname van spoorwegennetwerken een ernstige bedreiging vormen voor de Duitsers.

De reorganisatie van het Britse dispositief, nauw verbonden met de aflossing van bij Ieper gelegerde troepen en de voorbereidingen op de operatie in de Dardanellen, brengt French echter tot het lanceren van een eigen offensief vóór het offensief van de Fransen in de omgeving van Notre-Dame-de-Lorette. Het aanvankelijke doel is beperkt: het innemen van het dorp Neuve-Chapelle dat een Duitse lus vormt in de Britse linie en indien mogelijk de heuvelrug van Aubers: een verhoging van amper enkele meters in de vlakte die echter een belangrijke observatiepost vormt. French denkt zo op de achterhoede van het front terecht te komen en de nabijgelegen verdediging van Lille te bedreigen.

In de ochtend van 10 maart installeren vier divisies – 40.000 man – zich aan het front op een strook van slechts 3 kilometer breed. De aanval van de infanterie, gepland om half acht, wordt voorafgegaan door een zwaar en zeer geconcentreerd artillerievuur van 342 kanonnen, grotendeels gestuurd door verkenningsvliegtuigen van het Royal Flying Corps.
In de 35 minuten van het bombardement vallen meer Britse bommen dan tijdens de Boerenoorlog vijftien jaar eerder. Dit geeft duidelijk aan in hoeverre de Eerste Wereldoorlog het oorlogvoeren veranderd heeft. Een tweede bombardement van 30 minuten moet de tweede linies bereiken. In verhouding tot de breedte van het betrokken front is dit bombardement het zwaarste van voor de grote offensieven van 1917.

De Britten en het grootste deel van het Indiase leger winnen snel terrein in het dorp. Een brigade van de Gharwal Rifles lijdt echter zware verliezen tijdens de aanval op een deel van de Duitse linies in een zwak verdedigde zone dat geen schade heeft ondervonden tijdens de bombardementen. Maar na een eerste succes, in enkele uren verkregen, ligt het Britse leger stil door communicatieproblemen en gebrek aan munitie. De opmars staakt. Prinz Ruprecht van Beieren lanceert op 12 maart een tegenaanval met versterking uit Lille. De poging van de Britten om de heuvelrug van Aubers in te nemen, stuit op intacte prikkeldraadbarrières met enorme verliezen als gevolg. Op 13 maart staken de gevechten. De terreinwinst van de Britten is matig – 2 kilometer lang over een breedte van 3 kilometer –, de verliezen omvangrijk: 7.000 Britten en 4.200 Indiërs zijn gewond geraakt of omgekomen. Aan Duitse zijde is de schade even hoog en 1.700 soldaten zijn krijgsgevangen genomen. Van doorbraak is sprake, maar deze doorbraak is niet uitgebuit. Dit tragische verhaal herhaalt zich langs het hele front tot aan het voorjaar van 1918.

French wijt zijn falen aan een gebrek aan munitie voor de artillerie. Vanaf dit moment duren de voorbereidende bombardementen meerdere dagen, helaas ten koste van een uiterst belangrijk element: het verrassingseffect. De Duitsers hebben in het vervolg de tijd om zich voor te bereiden en hun reserves te plaatsen in de zone van het komende offensief.

Yves Le Maner
Directeur van La Coupole,
Centrum voor Geschiedenis en Herinnering van de Nord–Pas-de-Calais