De Slag bij Le Cateau (26 augustus 1914)

ImprimerTwitterFacebookGoogle+

Op 12 augustus 1914, slechts acht dagen nadat Groot-Brittannië de oorlog aan Duitsland heeft verklaard, komen de eerste Britse soldaten aan in Frankrijk. Deze 75.000 soldaten vormen het Britse Expeditieleger (British Expeditionary Force, BEF) onder bevel van generaal French. De generaal heeft als taak de Franse en Belgische legers te steunen in het stoppen van de westelijke vleugel van het Duitse leger dat al ver in België is doorgedrongen.

Het Britse Expeditieleger houdt niet lang stand tegen het in strijdkracht sterk overheersende Duitse leger tijdens de Slag bij Bergen op 23 augustus 1914 en trekt zich terug in zuidelijke richting met de Belgische en Franse troepen. De Britse troepen gaan recht op Le Cateau-Cambresis af. De wegen zijn vol met voor de Duitsers vluchtende burgers. Met de 1e en 2e Duitse legers op de hielen splitst het BEF zich op: het 1e legerkorps van generaal Smith-Dorrien trekt naar Le Cateau en het 2e van luitenant-generaal Haig gaat naar Landrecies. Op 25 augustus wordt Haig bij Landrecies aangevallen en wijkt terug. De troepen van Smith-Dorrien bevinden zich in een geïsoleerde positie.

Generaal Smith-Dorrien besluit, met het oog op de vermoeidheid van zijn mannen, de terugtocht te onderbreken en het hoofd te bieden aan de Duitse opmars. Ondanks het bevel van generaal French om de terugtocht naar het zuiden te vervolgen, gaat Smith-Dorrien de strijd aan tegen zes divisies van het 1e Duitse leger van generaal Von Kluck op 26 augustus 1914 op de linie Esnes – Caudry – Le Cateau. De Britse batterijen worden snel tot zwijgen gebracht. De Duitsers nemen Le Cateau in na verbeten straatgevechten. De doorbraak van de 5e Duitse infanteriedivisie ten oosten van Le Cateau bedreigt de rechterflank van de Britten en dwingt hen tot terugtrekking met de steun van het Franse cavaleriekorps van generaal Sordet. Het 2e korps van het BEF verloor 7.800 man, maar het lukte hen om de Duitse voortgang te remmen en zo Britse en Franse legereenheden de mogelijkheid te geven om zich terug te trekken.

De meningen over het werkelijke slagen van deze eerste Britse actie in Frankrijk zijn echter verdeeld. Soldaat John Lucy schrijft in zijn autobiografie There’s a devil in the drum hierover het volgende: ‘Sommigen zeggen dat de Britse troepen op geen enkel moment in de oorlog in zo grote getale overtroffen zijn geweest’. Generaal Von Kluck noemt het in zijn memoires een Britse afgang: ‘In andere termen, Smith-Dorrien onderging een zware nederlaag’. Terwijl generaal French zich in de eerste instantie verzet tegen de beslissing van Smith-Dorrien, schrijft hij later: ‘In het rapport dat ik in september 1914 schreef, sprak ik in lovende termen over de Slag bij Le Cateau’. Voor hem redde het verzet bij Le Cateau drie Britse divisies. Later erkende hij echter dat ‘… de consequenties van onze verliezen tijdens de Slag bij Le Cateau merkbaar waren tot de Slag bij de Marne en de eerste operaties bij de Aisne’.


 Didier Paris, docent geschiedenis, en Edouard Roose