De Slag bij de Somme (juli 1916)

ImprimerTwitterFacebookGoogle+

De Slag bij de Somme is het belangrijkste door de Britten geleide offensief op het westfront in 1916. Bij deze slag zijn voor het eerst een groot aantal vrijwilligers uit het ‘nieuwe leger’ van Kitchener betrokken. Kitchener, staatssecretaris van Oorlog, schiep dit leger dat drie weken na zijn dood – door schipbreuk van het schip dat hem naar Rusland bracht – ten strijde trok.

De aanval is gepland over een breed front van meer dan 20 kilometer tussen Serre (Pas-de-Calais) en Maricourt in het zuiden boven de rechteroever van de Somme. Een afleidingsaanval is de eerste dag gepland op de Duitse linies bij Gommecourt, 4 kilometer ten noorden van Serre. Dit offensief, dat gelijk met een Franse aanval ten zuiden van de Somme begint, moet in de eerste instantie een nieuwe stelling verwerven op de hoogtes die in handen van de Duitsers zijn. De tweede fase is de verwezenlijking van een grootschalige doorbraak.

De aanval van de infanterie is een week lang voorbereid door de artillerie, met het hoogtepunt tegelijkertijd met de ontploffing van een aantal enorme mijnen, kort voordat de soldaten de linies verlaten. Op 1 juli 1916, om 7.30 uur, kruipen de Britse infanteristen uit de loopgraven en trekken langzaam maar met regelmaat in een lijn het niemandsland over. Als snel staan ze bloot aan de mitrailleurs en geweren van de Duitsers die het bombardement overleefd hebben. De met precisie geleide Duitse artillerie bestookt de verzamelloopgraaf waar de soldaten klaarstaan om aan te vallen. Het aantal slachtoffers is enorm.

Op deze eerste dag van het offensief nemen de Britten op verschillende plaatsen de Duitse linies in. Ze staan echter bloot aan de artillerie van de tegenpartij. De Duitsers blijven maar versterking aanvoeren. Tegenaanvallen dwingen de Britten zich terug te trekken van sommige eerder verworven zones. In het begin zijn de resultaten van het offensief positiever in de zuidelijke sector van het Britse front door de efficiëntie van de Franse aanval ten zuiden van de Somme. Maar ook daar loopt het snel vast.

Op de avond van 1 juli 1916 wordt echt duidelijk dat de aanval een ramp is voor het Britse leger: 19.240 man (waarvan bijna 1000 officieren) vinden de dood in twaalf uur tijd. Het is een van de meest tragische dagen in de geschiedenis van de natie. Dit komt zeer hard aan in de maatschappij van het Verenigd Koninkrijk, want het ‘nieuwe leger’ – georganiseerd op basis van geografische of beroepsmatige gemeenschappen – heeft het land in enkele uren van een groot deel van zijn jeugd beroofd.

Yves Le Maner
Directeur van La Coupole,
Centrum voor Geschiedenis en Herinnering van de Nord–Pas-de-Calais