De ‘race naar de zee’ (19 september - 15 oktober 1914)

ImprimerTwitterFacebookGoogle+

De term ‘race naar de zee’ werd pas gebruikt toen deze wedloop al voorbij was. De race naar de zee verwijst naar verwarde gevechten die zich in september en oktober 1914 afspelen op de vlaktes in het noorden van Frankrijk, na de nederlaag van het Duitse leger bij de Marne en zijn terugtocht naar de Aisne. Beide partijen, de Duitsers en de Fransen en Britten, proberen de tegenpartij te omcirkelen door de meest noordelijk gelegen vleugel van de tegenstander in de rug aan te vallen. Het gevolg is een serie acties die geleidelijk aan richting Belgische grens en de Noordzeekust trekken, waar de ‘race naar de zee’ in oktober uiteindelijk stopt en plaats maakt voor een positieoorlog. In deze periode van bijna twee maanden nemen de Duitsers vrijwel altijd het initiatief. De geallieerden zijn steeds weer genoodzaakt te improviseren om de gaten te dichten die de havens langs het Kanaal zouden kunnen bedreigen – de vitale verbinding met Groot-Brittannië.

Een aantal episodes van deze geïmproviseerde bewegingsoorlog, waarin tactische vernieuwingen die de loopgravenoorlog aankondigen al doorschemeren, vinden plaats in de Artois, het gebied rond Arras. In de strijd staan elementen uit de elite van het Duitse leger tegenover oververmoeide en slecht bewapende Franse eenheden. Ondanks omvangrijke verliezen laten de laatsten niets los, Arras zal nooit in Duitse handen vallen.

Tussen 28 september en 11 oktober proberen eenheden bestaand uit landweermannen, soms gesteund door cavalerie-eenheden, de Duitse opmars vanuit Picardië te blokkeren die vanuit de omgeving van Bapaume Arras rechtstreeks bedreigt. Het 14e landweerregiment in het bijzonder probeert slechts gewapend met geweren en karige munitie een verdedigingslinie tussen de dorpen ten noordwesten van Bapaume in stand te houden.

Het cavaleriekorps onder bevel van generaal Conneau komt vanaf 27 september ten westen van Bapaume in actie om de bres te vullen die ontstaan is door het uiteenvallen van meerdere landweereenheden door inmenging van de Duitse infanterie. Bij Irles en Courcelles-le-Comte spelen zich besluiteloze gevechten af totdat de Franse cavaleristen de landweermannen te hulp schieten. Als de Duitsers eenmaal onder controle en achter de lijn Bapaume-Arras verdrongen zijn, trekt de cavalerie naar het noorden om Duitse aanvallen te stoppen bij Arras en Lens en om de Duitse rechtervleugel in te sluiten. Tussen 29 september en 2 oktober stroomt de Franse versterking per bus vanaf stations in de omgeving van Amiens toe. Op 2 oktober vallen de Fransen ten prooi aan een felle aanval bij Monchy-le-Preux bij Arras en doen ze hun best de Duitse opmars ten noorden van de stad richting Lens tegen te houden. Tegelijkertijd vechten de Pruisische Garde en Franse eenheden bestaande uit landweermannen, cavaleristen en het 37e infanterieregiment ten westen van Bapaume. In de dorpen die de twee tegenstanders inderhaast proberen te versterken, vinden ruige gevechten plaats. De Duitsers nemen Gommecourt in op 5 oktober, maar falen de volgende dag in hun poging Hébuterne in te nemen ten koste van 350 doden en 297 krijgsgevangenen. Het 69e infanterieregiment kan daarentegen op 7 en 8 oktober Gommecourt niet terugnemen. De Pruisische Garde heeft het dorp omgebouwd tot vluchtschans met diepe loopgraven, rijen prikkeldraad, mitrailleursnesten en veldgeschut. Op 10 oktober nemen de Duitsers Monchy-au-Bois, Hannescamps en een deel van Foncquevillers in. Vanaf 11 oktober raken de Fransen, die Foncquevillers proberen terug te nemen, in een bloedige strijd verwikkeld tegen de Pruisische Garde en een Beiers regiment. Het dorp wordt huis voor huis ‘schoongemaakt’, soms met vlakbaanvuur van kanonnen van 75 mm.

Vanaf 14 oktober staken de gevechten tussen Arras en Bapaume. De Duitsers hebben zich verschanst achter een noord-zuidelijk lopende linie en een netwerk van verdedigingsstellingen gebouwd op hoogtes en in de ruïnes van dorpen. De loopgravenoorlog is begonnen.

Yves Le Maner,
Directeur van La Coupole,
Centrum voor Geschiedenis en Herinnering van de Nord–Pas-de-Calais