De snelle groei van het Britse leger

ImprimerTwitterFacebookGoogle+

Het Britse leger is klein van omvang, maar bijzonder door zijn beroepsmatigheid ten opzichte van de massa- en dienstplichtigenlegers van het continent. In de eerste maanden van de oorlog lijden de Britten grote verliezen, wat hen in een moeilijke en ondergeschikte positie tegenover hun Franse bondgenoot plaatst. Na een complete reorganisatie in 1915 breidt het leger zich echter snel uit en is de groei niet meer te stuiten.

De Britse troepen komen in de herfst van 1914 aan in Frans-Vlaanderen en lossen begin 1916 de Fransen af in de Artois. Ze verzekeren de verdediging van een breed front van Ieper in het noorden tot het zuidelijker gelegen departement Somme. In april 1915 dekken ze slechts 36 kilometer van het westfront. In september 1915 beheren ze echter een linie van 75 kilometer van Gohelle tot Vimy en in voorjaar 1916 al 85 kilometer. Eind 1914 nemen tien Britse divisies deel aan de strijd. Eind 1916 zijn dat er inmiddels 59. Hierbij komt nog dat de Britse steun aan Frankrijk vanaf zomer 1916 doorslaggevend wordt voor het behoud van het westfront.

De oproep voor vrijwillige strijdkrachten en de later ingestelde dienstplicht zorgen voor een aanzienlijke toename van Britse manschappen. Daarnaast wordt de bewapening opgevoerd met zware (Vickers) en lichtere (Lewis) mitrailleurs, granaten en artillerie van elk kaliber. In oktober 1915 wordt een speciale strijdkracht opgericht, het Machine Gun Corps, om de zware mitrailleurs te bedienen. In 1918 telt deze divisie 130.000 man.

Na de eerste bloedbaden van de oorlog worden de generaalofficieren van het Britse leger, evenals hun Franse en Duitse ambtgenoten, zich bewust van de doorslaggevende rol van de artillerie: de enige manier om de steeds vernuftiger wordende verdedigingstechnieken te neutraliseren.

Aan het begin van de oorlog valt het overwicht van de Duitse artillerie niet te ontkennen. De Britten lijden hierdoor in het voorjaar van 1915 in Neuve-Chapelle, Ieper en Festubert grote verliezen. Als gevolg wordt op grote schaal in de oorlogsindustrie geïnvesteerd. Het aantal mannen van de Royal Artillery wordt drastisch aangevuld: van 93.000 man in augustus 1914 tot 548.000 in 1918. Het aantal artilleriekanonnen stijgt van 410 naar 6.406 stuks…

Het begrip ‘Britse leger’ omvat uiteraard de strijders uit het Verenigd Koninkrijk, maar ook soldaten uit de Britse overzeese gebieden, hoofdzakelijk Canada, Australië, Nieuw-Zeeland en Zuid-Afrika. Het bijzondere uithoudingsvermogen en de ijver van deze soldaten wordt al snel door het opperbevel opgemerkt. Dit verklaart waarom ze bij tal van offensieven in de eerste aanvalsgolven zitten.

Yves Le Maner
Directeur van La Coupole,
Centrum voor Geschiedenis en Herinnering van de Nord–Pas-de-Calais