De Hindenburglinie

ImprimerTwitterFacebookGoogle+

Vanaf eind 1914 is het duidelijk dat de oorlog voor lange tijd stilstaat. De Duitsers wenden een verdedigingsstrategie aan die gebaseerd is op de versterking van hun linies. Ze installeren zich meteen op gunstige bodemsoorten en hoge plekken. Dit verklaart de vaak ongunstige ligging van de geallieerde linies in de lager gelegen en bovendien constant natte gebieden in vrijwel elke zone van het front.

Tegenover de keuze van de Duitsers voor een langdurige stellingname staat die van de geallieerden, gebaseerd op het tijdelijke aspect van de situatie. Hun hoofddoel is het doorbreken van het Duitse front om over de verkregen vrije zone te kunnen beschikken. Als reactie op deze strategie kunnen de Duitsers alleen maar zonder oponthoud hun linies versterken.

De efficiëntie van het Duitse systeem komt op tragische wijze naar voren tijdens het Britse offensief bij de Somme in juli 1916. De Duitse soldaten bieden weerstand tegen de heftige voorbereidende bombardementen van een week door de goede bescherming van hun diepe schuilkelders. Ze komen naar buiten als de Britse infanterie het niemandsland betreedt: in één dag sneuvelen 20.000 Britten en raken er 40.000 gewond of vermist.

Het Duitse opperbevel leert al snel duidelijke lessen uit het door de geallieerden geleide offensief. Tegen het eind van de Slag bij de Somme nemen ze het besluit een nieuwe verdedigingslinie te bouwen, het summum van Duitse versterkingstechnieken op het westfront. De Siegfried Stellung, door de geallieerden Hindenburglinie genoemd, wordt op een afstand van 10 tot 50 kilometer achter het bestaande front gebouwd. Structureel gezien gaat het om een verdedigingssysteem van de Noordzee tot Verdun van onderling door verdedigingslinies met elkaar verbonden versterkte zones.

Het besluit een nieuwe linie te bouwen achter het bestaande front wordt door de geallieerden beschouwd als een teken van zwakte. Het blijkt in feite een slim idee: zich terugtrekken naar een korter front betekent een gunstige krachtbundeling op een beter verdedigbare stelling om de op lange termijn moeilijk te verdragen menselijke verliezen als in Verdun en bij de Somme te vermijden.

Ludendorff besluit dat het terugtrekken naar de nieuwe verdedigingslinie gepaard moet gaan met een systematische vernietiging van de verlaten zones om de geallieerden dekkingloos te laten. Bovendien wordt het gebied zo gevaarlijk mogelijk gemaakt en volgestouwd met landmijnen en valstrikken.

De Hindenburglinie bestaat uit vijf operationele zones (Stellungen) met namen uit de Germaanse mythologie. Van noord naar zuid: Wotan, Siegfried, Alberich, Brunhilde en Kriemhilde. De belangrijkste stelling Siegfried verbindt Lens met Reims over een strekking van 160 kilometer, gebouwd in slechts vijf maanden dankzij de inzet van meer dan 500.000 arbeiders: Duitse burgers en Russische krijgsgevangenen. De linie is opgebouwd uit diepe loopgraven (5 meter diep over 4 kilometer) en onderaardse schuilkelders. Voor de eerste linie ligt een prikkeldraadbarrière van minstens 20 meter dik. De schietposten en schuilbunkers zijn beschermd door gewapend beton en stalen platen. Bovendien ligt ongeveer drie kilometer vóór de eerste linie een linie van licht versterkte voorposten die de aanvallende troepen moeten remmen. De eigenlijke ‘slagzone’ is twee kilometer diep en bedekt met een dichte artillerie- en mitrailleurversperring die in staat is de infanterie van de tegenpartij uit te wissen. Later worden voor de eerste linies antitankgrachten gegraven.

De operatie ‘Alberich’ voltrekt zich in maart 1917 als de Duitsers zich terugtrekken achter de nieuwe verdedigingslinie om het offensief van Nivelle te verstoren waarvan het Duitse opperbevel de kern kent.

De Hindenburglinie is op 21 maart 1918 het vertrekpunt van de Kaiserschlacht.
In september 1918 besluiten de geallieerden de Hindenburglinie aan te vallen met een massale van tanks. Op 10 oktober is de Hindenburglinie totaal overrompeld. Voor de geallieerden ligt de weg naar de overwinning open.

Yves Le Maner
Directeur van La Coupole,
Centrum voor Geschiedenis en Herinnering van de Nord–Pas-de-Calais