Inhoud

Vergelijkbare plaatsen

Pascal Mor
Fa

Trefwoorden

- Béthune - wederopbouw

Béthune, de Grote Markt van Jacques Alleman

ImprimerTwitterFacebookGoogle+

Het Duitse leger wordt in 1914 op acht kilometer van Béthune tot staan gebracht. Gedurende de hele oorlog ligt de stad zwaar onder vuur, maar op 28 mei 1918 valt de grootste klap, die het marktplein en de omliggende wijk volledig plat legt. In totaal wordt een kwart van de stad verwoest en bijna een derde zwaar beschadigd. Alleen het belfort, dat los staat van omringende huizen, blijft overeind ondanks zware schade.

Al in oktober 1918 beginnen bouwcoöperaties met het wegruimen van puin. Ook Béthune valt na de oorlog onder de wet van parlementslid Cornudet, die steden van boven de 10.000 inwoners verplicht tot het opstellen van een bestemmingsplan voor ruimtelijke ordening, verfraaiing en stadsuitbreiding. Het uitgangspunt van stadsarchitect Mulart is simpel: een betere doorstroming creëren voor het verkeer door verbreding van bestaande straten en de aanleg van een nieuwe doorsteek van het station naar de Grote Markt. Vervallen steegjes in de binnenstad verdwijnen, woningen moeten worden aangesloten op waterleiding en riolering en de aanleg van een ‘gemak’ wordt verplicht.

Net als elders is het ontwerp van Mulart een compromis dat aan twee tegenstrijdige eisen moet voldoen: aan de ene kant de stad verruimen en toch het vooroorlogse kadaster handhaven, zoals de wet verplicht. Buiten het centrum van de stad worden door een aantal grote bedrijven woonwijken gebouwd om hun arbeiders in korte tijd aan onderdak te helpen. De wijk die wordt ontworpen door spoorwegmaatschappij la Compagnie du Nord vindt later veel navolging, want de wijk krijgt diverse openbare voorzieningen zoals een feestzaal, een sportterrein en scholen. De bouw van particuliere woningen valt in Béthune niet onder specifieke schoonheidsbepalingen, waardoor er een vrij bont geheel ontstaat.

De gemeente besteedt alleen aan de Grote Markt bijzondere aandacht en vertrouwt de renovatie toe aan architect Jacques Alleman, die om een esthetisch verantwoord bouwplan op mag stellen. De architect komt voor twee problemen te staan. Ten eerste is hij verplicht om de bestaande smalle kavels rond het plein te handhaven, waarvan de voorkant soms niet breder is dan 2,70 meter. Ten tweede wil de gemeente dat het stadhuis op dezelfde plaats komt als vroeger, dus op een perceel van 15 meter breed en 30 meter diep. Het aanzicht van het plein vertoonde voor de oorlog geen harmonieuze eenheid of specifieke stijl: de witgekalkte bakstenen voorgevels van de huizen waren elk verschillend.

De Grote Markt in Béthune is voor Jacques Alleman, die toegespitst is op decoratieve kunst, de gelegenheid om zijn talent te laten zien. Zijn ontwerp maakt van het marktplein een soort groot openluchttheater, waarvan het pittoreske, streekgebonden decor wordt gevormd door het stadhuis en de geveltjes rondom. Twee essentiële elementen bepalen het werk van Alleman: hoge puntdaken en balkons. De hoge, spits toelopende daken geven een Vlaams tintje aan het geheel, ze compenseren de geringe breedte van de percelen en creëren een soort ritme. Hij verrijkt elke gevel met een balkon dat als een theaterloge op het plein uitkijkt. Alleman, die ook een voortreffelijk tekenaar is, bedenkt allerlei barokke gevelversieringen, zoals zonnetjes, kanonnen en wijnranken. Onder de balkons komen spectaculaire steunhaken, erkers accentueren het reliëf. Hij besteedt bijzondere aandacht aan het smeedwerk en de vormgeving ervan. Jacques Alleman heeft uiteindelijk van het marktplein een uniek en zeer creatief tafereel weten te maken.


Claude FOURET,
docent in geschiedenis