La libération, de Wapenstilstand

ImprimerTwitterFacebookGoogle+

La libération

Eind september 1918 geeft de staf van het 6e Duitse leger order om de bruggen in Lille op te blazen (alleen de Pont-Neuf blijft gespaard) en zich uit de stad terug te trekken. De Duitse troepen geven de stad zonder slag of stoot op. Lille wordt op 17 oktober 1918 door het Engelse leger onder generaal Birdwood bevrijd.

De kranten die weer verschijnen, staan vol van de ‘verlossing’ (Echo du Nord, Progrès du Nord). De eerste Franse soldaat die de bevrijde stad betreedt, is Carl Delesalle, de zoon van de burgemeester. De Engelse militaire kapel marcheert via de Rue Nationale naar de Grand-Place, verwelkomd door een uitgelaten, de Marseillaise zingende menigte.

Het ene officiële bezoek volgt op het andere. Minister-president Georges Clemenceau wordt op 19 oktober op het stadhuis en bij de nieuwe prefect ontvangen. De volgende dag wordt burgemeester Charles Delesalle in Parijs toegejuicht bij het onder bloemen bedolven standbeeld van de stad Lille op de Place de la Concorde. Op 21 oktober brengt de Franse president Raymond Poincaré een bezoek aan Lille. Iedereen is dol van vreugde en de Engelse troepen defileren door de stad. Op 28 oktober krijgt generaal Birdwood het ereburgerschap van Lille. Ook Foch, Pétain en Koning George V komen naar Lille. In alle bevrijde steden heerst dezelfde uitgelaten vreugde en worden dezelfde officiële bezoeken afgelegd.

President Poincaré komt naar Douai en Valenciennes op 10 november en naar Avesnes-sur-Helpe op 29 januari van het jaar daarop. De Prins van Wales inspecteert de troepen in Valenciennes op 7 november ter ere van de Bevrijdingsfeesten en op 1 december brengt Koning George V een bezoek aan Avesnes. Van alle kanten wordt erop toegezien dat de bewoners van de Nord, na een isolement van meer dan vier jaar, weer in de Franse natie worden opgenomen.

De Wapenstilstand

Op 7 november 1918, tussen 11 en 12 uur stopt een Duitse auto in Fourmies, de inzittenden stappen uit om iets te eten. Generaal Winterfeld stapt weer in, met in de hand een in een tapijt gerolde bamboestok en een beddenlaken: de witte vlag voor de Duitse gevolmachtigden – generaal Winterfeld, staatsminister Erzberger, diplomaat graaf Von Oberndorff en kapitein-ter-zee Vanselow. Tot vier keer toe komt de auto terug in Fourmies voordat het lukt om in Haudroy, ten noordoosten van La Capelle, door de Franse linies te komen.

Van daaruit wordt de delegatie per trein naar Compiègne gebracht waar maarschalk Foch, de geallieerde operbevelhebber, hen opwacht voor de onderhandelingen over de wapenstilstand. De Duitse delegatie keert terug over de linies bij Fourmies en begeeft zich naar het Algemene Hoofdkwartier in Spa. De Duitsers hebben drie dagen om de voorwaarden van de geallieerden wel of niet te aanvaarden. Intussen is in Duitsland een revolutie uitgebroken, Berlijn komt op 9 november in opstand. Keizer Wilhelm II moet afstand doen van de troon en het socialistische parlementslid Philipp Scheidemann roept de Republiek uit.Op 11 november 1918, 11 uur ’s ochtends blaast soldaat Sellier het staakt-het-vuren.

Duitsland is overwonnen en aanvaardt de voorwaarden van de wapenstilstand. De voornaamste artikelen gaan over de overdracht van zwaar materieel (5.000 kanonnen, 3.000 mortieren, 2.500 mitrailleurs, 1.700 vliegtuigen plus alle onderzeeboten en een deel van de vloot) en van transportmiddelen, dit alles om te voorkomen dat Duitsland de strijd hervat.

De voorwaarden worden uiteindelijk enigszins versoepeld om Duitsland niet volledig te ontwapenen en het land in staat te stellen om de revolutie neer te slaan. Duitsland moet alle bezette gebieden binnen twee weken ontruimen en de grensstreken demilitariseren: de hele linkeroever van de Rijn en een strook van tien kilometer op de rechteroever, van Nederland tot aan Zwitserland.In nummer 698 van de Gazette des Ardennes van 1918 staat met vooruitziende blik: ‘Laten we ons een ogenblik indenken dat Duitsland, hoe onwaarschijnlijk en onmogelijk ook, de nederlaag lijdt.

Dan nog zou het toekomstige Duitsland, ondanks alle hindernissen en geweld, het jonge, sterke en zuivere volk blijven dat uit de zware historische beproevingen die het sinds vier jaar ondergaat, is opgestaan. Maar met Frankrijk als eeuwig buurland zou dit grootse onderdrukte volk slechts één doel nastreven: het terugwinnen van zijn vrijheid en van het bestaansrecht als vooraanstaande natie dat hen door wraak, haat en jaloezie op onrechtvaardige wijze zou zijn afgenomen. Een nieuwe, nog hardere, Frans-Duitse oorlog zou dan onvermijdelijk zijn...’.


Door Claudine Wallart,
hoofdconservatrice Erfgoed in de
Departementale Archieven van de Nord